Het schilderij “Populieren bij Nuenen” (1884), een belangrijk werk uit de Nederlandse periode van Vincent van Gogh, bestaat uit drie over elkaar heen geschilderde lagen, gemaakt tussen 1884 en 1886, zo heeft een Nederlands museum bekendgemaakt na jarenlang onderzoek en restauratie van het herfstlandschap, waardoor de verschillende verborgen fasen van dit schilderij aan het licht zijn gekomen.
Volgens het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam hebben technische studies aangetoond dat onder het vandaag zichtbare beeld van de populieren, gedateerd 1885, een eerder landschap verborgen ligt dat in 1884, eveneens in Nuenen, is geschilderd en waarop twee dorpskerken te zien zijn.
Aan die tweede versie voegde Van Gogh in 1886 een derde bewerking toe, inmiddels vanuit Parijs, toen hij lossere penseelstreken en helderdere kleuren toevoegde die de lucht en de voorgrond transformeerden.
“Het belang van de toevoegingen die in 1886 in Parijs zijn aangebracht, blijkt veel groter te zijn dan gedacht”, aldus Sandra Kisters, directeur collecties en onderzoek van het museum.
Volgens haar introduceerde de schilder toen tinten die hij in zijn Nederlandse periode nauwelijks had gebruikt, zoals kobaltblauw en ceruleumblauw, viridiaangroen en organisch rood, waardoor het landschap dynamischer werd en het licht door de wolken kon schijnen.
Het conserveringsproces was complex: het doek verkeerde in een kwetsbare staat, met scheuren, loslatende verf en een verouderde en door de tijd verdonkerde vernislaag. Het verwijderen van die vernislaag was de grootste uitdaging, omdat het risico bestond dat de verf zou loslaten.
Van Gogh bracht een tussenlaag van eiwit aan
Pas nadat was bevestigd dat Van Gogh een tussenlaag van eiwit (ongevoelig voor oplosmiddelen) had aangebracht, kon men verdergaan zonder het werk in gevaar te brengen.
Tijdens de restauratie werden ook druppels lijnolie op het oppervlak aangetroffen, waarvan de oorsprong onbekend blijft, hoewel deskundigen uitsluiten dat ze door Van Gogh zelf zijn veroorzaakt.
Omdat deze sporen niet konden worden verwijderd zonder de originele verf te beschadigen, werden ze op discrete wijze geïntegreerd. Om toekomstige ingrijpende ingrepen te voorkomen, besloot het museum geen nieuwe vernislaag aan te brengen.
Na de restauratie benadert het schilderij volgens Boijmans “meer dan ooit” de oorspronkelijke bedoelingen van de kunstenaar.
Vanaf 7 februari toont het museum het publiek het resultaat van jarenlang onderzoek en restauratie, dat de verschillende verborgen fasen van dit belangrijke schilderij uit de Nederlandse periode van de kunstenaar heeft onthuld.
De presentatie leidt de bezoeker door het hele proces, van de eerste ontdekkingen tot de uiteindelijke technische beslissingen, en omvat bruiklenen van het Van Gogh Museum in Amsterdam en het Centraal Museum, naast werken uit de eigen collectie die de invloeden van de schilder illustreren.
Poppenbomen bij Nuenen is een van de meest emblematische werken in de geschiedenis van de Nederlandse musea: het werd in 1903 aangekocht en was het eerste werk van Van Gogh dat in een openbare collectie in Nederland terechtkwam.
Het schilderij, dat rechtstreeks ter plaatse en zonder voorafgaande studies werd geschilderd, weerspiegelt de wens van de kunstenaar om “zijn emoties uit te drukken” in plaats van het landschap getrouw weer te geven, een zoektocht die nog duidelijker wordt na de ontdekking van de verborgen lagen, concludeert het museum.

